Concentrische systemen cv rookgasafvoer
zoek een product
zoek op artikelnummer

Concentrische systemen cv rookgasafvoer

Hoe kan het dat in Nederland rookgasafvoer en luchttoevoer nog altijd parallel worden geïnstalleerd, terwijl in de rest van Europa concentrische rookgasafvoersystemen standaard zijn? Guido van Oijen, commercieel directeur bij Cox Geelen vindt het onbegrijpelijk. Vooral omdat met de komst van kunststof rookgasafvoerleidingen het veiligheids-en gezondheidsrisico flink is toegenomen.
Van Oijen overdrijft enigszins, wanneer hij zegt dat ‘we’ het in Nederland niet zo belangrijk vinden wat er in huis komt, als het maar goedkoop en snel kan. Maar een kern van waarheid zit er wel in, vindt hij. Want sinds het Bouwbesluit is het toezicht veranderd, en met de komst van kunststof rookgasafvoerleiding is het risico op een falen de rookgasafvoer vergroot. Deze omstandigheden samen maken dat Van Oijen, net als veel installateurs in het veld, de onmogelijkste constructies tegenkomt.

Zoals die op de foto’s bij dit artikel. “In de tijd van de Gavo-inspecties werden aansluiting en rookgasafvoer gecontroleerd voorafgaand aan de ingebruikname van de ketel”, zegt hij. “Was het goed, dan kreeg je gas: anders niet. Sinds het Bouwbesluit zijn rookgasafvoersystemen onderdeel van de woning en hebben de netbeheerders niet langer de taak van toezichthouder; die is verschoven naar het Bouw- en Woningtoezicht. Maar vaak wordt er dan alleen bij een steekproef of modelwoning gecontroleerd en komt niet alles meer onder de aandacht.” 

CO-alarm is geen oplossing

Het lijkt een beetje op het begin van een nieuw avontuur van Asterix en Obelix: heel Gallie lijdt onder het juk van de Romeinse bezetting. Heel Gallie? Nee… Welnu, Nederland is net zo’n vreemde eend in de bijt binnen Europa. 
Guido van Oijen: “In Duitsland is een concentrische rookgasafvoer meer regel dan uitzondering en ook elders in Europa is dit systeem dominant.” Voor een concentrisch systeem worden twee buizen in elkaar geschoven. De binnenste voert rookgassen af, de buitenste voert verbrandingslucht toe naar de ketel. Bij een eventueel defect in de binnenbuis – wat zeer onwaarschijnlijk is – komt het rookgas via de luchttoevoer in de ketel. Die maakt dan ”geluid” of schakelt zichzelf automatisch uit. Het rookgas komt nooit in de woonomgeving en daarmee dus ook geen koolmonoxide (CO). Er is dus nooit gevaar voor de bewoners. En laat nu dat punt steeds belangrijker worden! 
Guido van Oijen: “Ketels hingen vroeger op zolders waar bijna nooit iemand kwam. Tegenwoordig worden alle vierkante meters in een woning benut. Vaak is de zolder een slaapkamer voor de kinderen. En wat doen wij? We hangen een CO-alarm op dat gaat piepen als het kwaad al is geschied. Mits de batterijen van de melder niet leeg zijn, natuurlijk.” 

Moeilijk doen met adapters

Guido van Oijen weet dat het imago van concentrische rookgasafvoer heeft geleden onder wat opstartproblemen uit het verleden, maar inmiddels is het instal leren van een dergelijk systeem niet veel moeilijker dan een ‘normale’ installatie. En de kosten? Het systeem is inderdaad enkele tientjes duurder dan twee losse leidingen. “Sta nou eens stil bij wat wij doen”, zegt Van Oijen. “Veel ketels hebben een concentrische uitgang. Daar plaatsen wij dan een adapter op om af te splitsen, hangen twee leidingen tegen de muur en aan de onderzijde van de dakdoorvoer plaatsen we een adapter om de buizen weer samen te voegen. Twee adapters kosten ook samen € 25,-. Daarvoor heb je een concentrisch systeem. 
Nog iets om bij stil te staan: ketelfabrikanten passen speciaal hun producten aan voor de Nederlandse markt. Overal raden zij concentrische afvoer aan en bereiden hun ketels hier ook op voor. Behalve bij ons, omdat wij koste wat kost twee buizen willen aanleggen.”

Kunststof anders verwerken!

Voor de komst van kunststof waren alle rookgasafvoerleidingen van aluminium. De uitzetting en krimping v an dit materiaal is minimaal.“De problemen ontstaan wanneer kunststof op dezelfde manier wordt geinstalleerd als aluminium”, zegt Guido van Oijen. “Kunststof zet veel meer uit en krimpt sterker. Bij een HR-ketel met twee meter rookgasafvoerleiding in een opstellingsruimte van twintig graden Celsius en een rookgastemperatuur van tachtig graden Celsius, zet aluminium 2,7 mm uit en kunststof 21,6 mm. Dat is dus acht keer zoveel. Met zoveel beweging is het zelfs mogelijk, bij onjuist beugelen, dat de buis uit de mof schiet. Dan heb je dus alle rookgas in de woning. Het materiaal kan ook gaan wringen en in het ergste geval scheuren. Goed beugelen is dus van levensbelang. 
Maar beugelen is vaak lastig en kost veel tijd, en dat heeft men niet. Voor installateurs is het bijna onmogelijk nog marge op ketels te berekenen en ook tegen hoge arbeidskosten maken klanten bezwaar. Het moet dus allemaal snel om nog enige winst te maken. Als kunststof goed is aangebracht is het veilig, maar dan moet er echt correct gebeugeld worden en dat zie je in de praktijk niet vaak gebeuren.” 

Onvoldoende sense of urgency

Van Oijen stelt dat rookgasafvoeren zo veilig zijn als de zwakste installateur. Zeker bij het gebruik van kunststof zonder voldoende te beugelen kan er, in combinatie met verminderd toezicht, veel mis gaan. Maar omdat je van een beetje CO niet meteen dood gaat en mensen vaak instinctief gaan ventileren of de buitenlucht opzoeken als ze zich niet lekker voelen, is er bij de installateurs, particuliere huiseigenaren en woningbouwcorporaties onvoldoende sense of urgency om de systemen structureel te veranderen. “Wij maken tegenwoordig ‘Lego-stijl’ handleidingen bij onze concentrische rookgasafvoersystemen, zodat je met zo min mogelijk tekst toch zeer duidelijke installatievoorschriften hebt. 
Met de huidige push-fit verbindingen, een scala aan beschikbare componenten en de verschillende rookgasafvoer totaal-oplossingen kun je echt snel klaar zijn. Daarnaast is het van belang dat installateurs zich blijven verdiepen in de rookgasafvoersystemen die op de markt zijn, ook de nieuwkomers.
Het gaat immers om de veiligheid en gezondheid van mensen en die verdient alle aandacht”, besluit Guido van Oijen.
Bron: GASWIJS | 2012 | nr. 1