Nieuwe ketels botsen met collectieve CLV
zoek een product
zoek op artikelnummer
Bron: EW-Installatie.nl
Tekst: Astrid Zoumpoulis • Beelden: Cox Geelen
CoxHYBRID
CoxHYBRID

Nieuwe ketels botsen met collectieve rookgasafvoersystemen

Hr + vr + CLV = vragen om problemen

De nieuwe generatie hr-ketels, met een rendement van 100 tot 107%, staat een fatsoenlijke werking van bestaande collectieve rookgasafvoersystemen in de weg. Vervanging van die systemen staat bij VvE’s echter niet hoog op de agenda; het is ingrijpend en duur. Fabrikanten van collectieve rookgasafvoersystemen hopen dat met de nieuwe richtlijnen in de NPR 3378-45, extra kenniseisen vanuit de CO-certificering én renovatieconcepten, de markt de komende jaren een inhaalslag gaat maken.
CLV-systemen zijn al ruim twintig jaar de standaard in de gestapelde woningbouw. De letters staan voor Combinatie Luchttoevoer- en Verbrandingsgasafvoer en in het systeem zijn meerdere ketels verbonden aan één gezamenlijke aan- en afvoerleiding. Het concentrische systeem regelt de toevoer van verse lucht via de buitenbuis en de afvoer van rookgassen via de binnenbuis. Onderhoud en vervanging van CLV-systemen schieten er vaak bij in als het gebouw meerdere eigenaren heeft. Meerjarenonderhoudsplannen van VvE’s reppen er met geen woord over, niemand voelt zich verantwoordelijk voor wat er is weggewerkt in de schacht en de risico’s van nalatigheid zijn vaak onbekend.

Benzine tanken in een dieselauto

Waren CLV-systemen nog vergevingsgezind ten aanzien van de eerste hr-ketels, met de laatste generatie toestellen kunnen ze echt niet overweg. De veelal oude systemen zijn gebouwd voor vr-toestellen, op basis van onderdruk en natuurlijke thermische trek door warme rookgassen. ‘Nieuwe, modulerende ketels met lage rookgastemperaturen en veel condens geven geheid problemen’, legt Guido van Oijen van Cox Geelen uit. ‘De rookgassen blijven hangen in het systeem en kunnen - vooral bij de lagere ¬verdiepingen - door de vereffeningsopening onderin in het luchttoevoersysteem terechtkomen. Dan gaat de ketel in storing. Dat is vervelend, maar in het ergste geval kan er zelfs koolmonoxide binnendringen bij de buren. Het gaat goed totdat het misgaat’, waarschuwt hij, ‘maar dan heb je ook een fiks probleem. Het is als benzine tanken in een dieselauto. Dat werkt gewoon niet.’

‘De installateur is óók verantwoordelijk en aansprakelijk voor het systeem áchter de ketel’

Geen spaarpotje voor vervanging

Een rookgasafvoerkanaal gaat in de regel een ketelleven mee. Dat geldt voor eengezinswoningen, maar ook bij stapelbouw (zie kader NPR). Bij eengezinswoningen is het simpel. Vervang je de ketel, dan komt er ook een nieuwe rookgasafvoer. In de ideale wereld schakelt een flatgebouw in één keer over op nieuwe hr-ketels, bij voorkeur van hetzelfde merk, en komt er tegelijkertijd ook een nieuw collectief rookgasafvoersysteem (RGA). Maar dat is een ingrijpende operatie. De collectieve systemen zijn destijds ingebouwd alsof ze voor een heel gebouwleven bedoeld waren. Dat betekent ¬dat ze zijn weggewerkt in ontoegankelijke schachten in de kern van het gebouw. Voor vervanging is vaak geen spaarpotje aangemaakt. Veel eigenaren zullen op eigen houtje al hun ketel hebben vervangen, en krijg die dan maar zo ver om opnieuw te gaan investeren. Maar ook installateurs spelen een rol in de problematiek. Te vaak plaatsen ze op verzoek van één van de woningeigenaren een moderne hr-gasketel, zonder vragen te stellen over de staat van de collectieve rookgasafvoervoorziening of de verplichtingen ten aanzien van de gemeenschappelijke systemen.
Klik hier voor het hele artikel.
Klik hier voor CLV Renovatie oplossing CoxHYBRID®